|
Uit de inleiding Dit boek gaat over Zangers en Speellieden. De klassieke naam, die ontleend is aan de Statenbijbel, garandeert, dat het zich niet ophoudt met gewone muzikanten, - maar met kerkelijke zangers en musici (aldus de schrijver in 1946). Maar, behalve het signaleren van misbruiken in onze kerkmuziek, wil deze studie er vooral positief aan meewerken, dat de zegenrijke werking van zang en spel in de eredient des allerhoogsten Gods, zoowel door zangers als speellieden, meer wordt ervaren. Dit boek is dan niet alleen voor organisten en aanstaande organisten, voor predikanten en ambtsdragers, voor commissies van beheer en orgelcommissies geschreven, maar is bedoeld voor ieder gelovige, die inziet dat kerkmuziek een zaak van de kerk is, waarvoor hij dus mede verantwoordelijk staat. Viel in het oude testament de tempelmuziek voor rekening van de Levieten, die aan de priesters als helpers waren toegevoegd, en was het gelovige volk op dit punt dus onmondig, - sedert het voorhangsel is gescheurd en de schaduwachtige bedeling beƫindigd, zijn aan ieder gelovige de drie ambten opgelegd, die hem aansprakelijk stellen. Geen gelovige kan deze verantwoordelijkheid afwijzen met een beroep op zijn muzikaal onvermogen. Wanneer de Kerk bereid is, zich op de waarde van haar kerkmuziek te beraden, zullen - onder de werking van de heilige Geest - de nieuwtestamentische zangers en speellieden een kerkmuziek gaan ontwikkelen, die de schaduwachtige bedeling, met haar geoefende zangerskoren en weelderige instrumentale muziek, inderdaad in de schaduw laat staan.

Bestellen Niet meer verkrijgbaar via de reguliere handel. Wellicht via rondgang op internet
|