|
Van de achterflap: Dr.
Jan Smelik (1961) is musicoloog en
hymnoloog.
Hij promoveerde op het proefschrift Eén in lied en leven.
Het
stichtelijk lied bij Nederlandse protestanten tussen 1866 en 1938
(1997).
Hij was een van de redacteuren van de recente standaardwerken Nieuw
handboek voor de kerkorganist (1995) en Het kerklied. Een
geschiedenis (2001).
Regelmatig publiceert hij over liturgische en kerkmuzikale onderwerpen.
Als organist is hij verbonden aan de Gereformeerde Kerk
De Rank te Zuidhorn.
In
de meeste protestantse kerkgenootschappen is de eredienst onderwerp van
gesprek en bezinning. Dat dit vaak gepaard gaat met heftige en
emotioneel geladen discussies hoeft niet te verwonderen. De kerkdienst
is voor de gelovige immers sterk verbonden met heel zijn geloofsleven,
zijn persoonlijke relatie met God.
Tegelijkertijd wordt liturgie gevierd in gemeenschap met andere
gelovigen. Kerkdiensten vormen het hart van het kerkelijk leven.
Aandacht voor liturgie en haar muziek is dan ook een vorm van
hartbewaking die onontbeerlijk is voor de goede gezondheid van de
gemeente. Hieraan wil dit boek een bijdrage leveren.
De auteur behandelt verschillende onderwerpen die belangrijk zijn voor
de hedendaagse bezinning op de liturgie en de muziek die daar klinkt.
Verschillende thema's die in dit boek aangesneden worden, zijn van
specifiek belang voor kerken en gemeenten van gereformeerde signatuur,
bijvoorbeeld het niet ritmisch psalmgezang, de gezangenkwestie en de
Tien Geboden. Daarnaast worden veel items besproken die voor de breedte
van de kerk relevant en actueel zijn.
|
|
Van de achterflap:
Aan de bijbelse opdracht houdt dan de lofzang gaande is
in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze
vormgegeven. Onder invloed van onder andere de muzikale cultuur
en de theologie kreeg het kerklied steeds een andere vorm en
plaats binnen de eredienst. Zo gaven de verschillende kerkelijke
tradities binnen het christendom ieder hun eigen kleur aan het
kerklied en op tal van momenten in de kerkgeschiedenis was het
kerklied aanleiding tot felle conflicten.
In Het kerklied wordt een boeiend overzicht geboden van
de geschiedenis en de verschillende vormen van het kerklied
binnen de christelijke kerk van het Westen. Beginnend bij de
Vroege Kerk beschrijven de auteurs de ontwikkeling van het
kerklied in de (oud)katholieke, de anglicaanse, de lutherse en
de calvinistische traditie tot op dit moment. Ook de kleinere
stromingen en recente ontwikkelingen komen aan de orde. De
auteurs plaatsen het beschreven kerklied steeds in de culturele
en theologische context van de betreffende tijd.
Het kerklied is een toegankelijk naslagwerk voor
eenieder die zich wil verdiepen in de kerkmuziek. Aan dit boek werden bijdragen geleverd
door
prof.dr. J.P. Boendermaker, P.H. Endedijk, drs. M.J.M. Hoondert,
H. Jansen, dr. J.R. Luth, H. Mudde, J. Pasveer, dr. K. Ouwens,
dr. J. Smelik, mgr.drs. J.W.M. Valkestijn en dr. A.M.J.
Zijlstra.
|

Van de achterflap: Door
de eeuwen heen is de rol van de kerkorganist in de protestantse
eredienst verschillend gewaardeerd. De laatste decennia breekt
echter steeds meer het besef door dat de organist een wezenlijke
bijdrage levert aan de kerkdienst. Als gevolg van deze
positieverandering zijn veel organisten op zoek naar meer kennis
en informatie.
Met dit handboek bieden de auteurs een standaardwerk met alle
belangrijke informatie - praktische en theoretische - voor
kerkorganisten. Daarbij richten ze zich op zowel de beginnende
als de ervaren organist.
In het theoretische deel van het handboek geven de auteurs onder
andere een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de
kerkmuziek en het kerklied, en van de verschillende soorten
orgelmuziek. Ook wordt ingegaan op de bouw en het onderhoud van
het koninklijk instrument.
De praktische hoofdstukken bieden veel waardevolle informatie en
adviezen voor het orgelspel zelf en de samenwerking met de
predikant en de kerkenraad, de voorbereiding op de eredienst en
het begeleiden van gemeentezang. Ook is er speciale aandacht
voor het registreren, harmoniseren en improviseren.
Medewerkers:
Th. Goedhart, C. Hoeksma, Chr. Ingelse, P.H. Kriek, J.D. van
Laar,
dr. J.R. Luth, W.A. Reil, D. Sanderman, drs. J. Smelik en
drs. N.W. Visser. |
Uit
de Inleiding: Dit
naslagwerk betreffende de orgelliteratuur bij het Liedboek voor
de kerken wil een handreiking zijn voor zowel de kerkorganist
die voor de eredienst literatuur zoekt over een bepaald lied,
als voor de concertorganist, die bij een bepaalde periode van
het kerkelijk jaar behorende muziek wil vertolken.
Er zijn zoveel mogelijk composities bijeengebracht, waarbij
nauwelijks enige selectie is toegepast op de kwaliteit. Wat de
Nederlandse orgelmuziek betreft: het tekort aan gegevens in de
overeenkomstige uitgaven is hiermee ook opgeheven.
Eerst volgt een literatuuroverzicht bij de psalm- daarna bij de
gezangmelodieën. De componistennamen staan in alfabetische
volgorde; de titels van de uitgaven worden verkort aangegeven.
Waar nummers ontbreken worden pagina's genoemd. De aanduiding
in: komt voor bij werken die uitgegeven zijn in albums
of in (monumentale) series. Bij gelijke melodieën treft men bij
de aangegeven psalmen nog andere literatuur aan. Dit in
tegenstelling tot de gezangen waar verwezen wordt naar één
gezang (de originele, de meest bekende). Bij verschillende
componisten zijn diverse edities geraadpleegd. De opgenomen
literatuur is voor een groot deel nog in de handel verkrijgbaar.
Ook worden een aantal 19de-eeuwse edities vermeld. Naar
manuscripten wordt niet verwezen. Bij het componistenoverzicht
zijn de titels volledig vermeld, zo mogelijk met het jaar van
composities en copyright, alsmede de uitgever.
Redactioneel bewerkt door Caspar Honders, Jan Luth en Regnerus Steensma,
die zo het project van Liuwe Tamminga tot een goed einde
brachten (± 1984). |
Uit
de INLEIDING: Dit boek gaat over zangers en speellieden.
De klassieke naam, die ontleend is aan de Statenbijbel,
garandeert, dat het zich niet ophoudt met gewone muzikanten, -
maar met kerkelijke zangers en musici (aldus de schrijver in
1946).
Maar, behalve het signaleren van misbruiken in onze kerkmuziek,
wil deze studie er vooral positief aan meewerken, dat de
zegenrijke werking van zang en spel in de eredient des
allerhoogsten Gods, zoowel door zangers als speellieden, meer
wordt ervaren.
Dit boek is dan niet alleen voor organisten en aanstaande
organisten, voor predikanten en ambtsdragers, voor
commissies van beheer en orgelcommissies geschreven, maar is
bedoeld voor ieder gelovige, die inziet dat kerkmuziek
een zaak van de kerk is, waarvoor hij dus mede
verantwoordelijk staat. Viel in het oude testament de
tempelmuziek voor rekening van de Levieten, die aan de priesters
als helpers waren toegevoegd, en was het gelovige volk op dit
punt dus onmondig, - sedert het voorhangsel is gescheurd en de
schaduwachtige bedeling beëindigd, zijn aan ieder gelovige de
drie ambten opgelegd, die hem aansprakelijk stellen. Geen
gelovige kan deze verantwoordelijkheid afwijzen met een beroep
op zijn muzikaal onvermogen.
Wanneer de Kerk bereid is, zich op de waarde van haar kerkmuziek
te beraden, zullen - onder de werking van de heilige Geest - de
nieuwtestamentische zangers en speellieden een kerkmuziek gaan
ontwikkelen, die de schaduwachtige bedeling, met haar geoefende
zangerskoren en weelderige instrumentale muziek, inderdaad in de
schaduw laat staan. |